Familieverhalen


Kraamtijd

Twee mei 2000

Om 04.36 uur wordt Daniël Eduard Jonathan Noyce geboren. Hij weegt 4900 gram en is ongeveer 55 centimeter lang. Door Matthijs was ik voorbereid op een langdurige bevalling die waarschijnlijk op een keizersnee zou uitlopen omdat het kind niet door het bekken pastte. Maar iedere bevalling blijkt inderdaad heel anders te zijn dan de vorige.... De hele bevalling heeft nog geen vier uur geduurd nadat de weeën goed begonnen, en hoewel Daniël bijna een pond zwaarder is dan Matthijs was weet ik hem er toch op de natuurlijke manier uit te persen.

Hoewel ik even bijna in paniek raakte omdat de weeën zo sterk en snel waren zodat ik niet goed op kon vangen moet ik achteraf toch zeggen dat een snelle bevalling een stuk prettiger is dan een langdurige moeizame. Alleen het gevoel van trots dat ik volgens de buitenwereld zou moeten hebben omdat ik het toch maar geklaard heb zo´n beer zelf op de wereld te zetten ontbreekt. Ik ben blij en opgelucht dat het achter de rug is en dat Daniël geboren is, maar heb niet een groot gevoel van voldoening. Geen oerkrachten of onbedwingbare persdrang (anders dan haast omdat ik het achter de rug wilde hebben), geen aantoonbare endorfines of euforie; het gevoel dat overheerst is haast om gehecht te worden zodat ik eindelijk rustig met mijn benen naast elkaar kan liggen en de gebeurtenissen even kan laten bezinken.

Om een uur of acht mag ik naar de douche schuivelen en dan merk ik dat mijn schaambot behoorlijk te lijden heeft gehad. Ik dacht altijd dat het één breed bot was, maar leer nu dat het twee botten zijn met kraakbeen ertussen.... en dat je ze erg gebruikt bij het bewegen van je benen.

Omdat Daniël zo groot en zwaar is moet hij een paar keer geprikt worden. In zijn bloed wordt dan gekeken of hij zijn bloedsuikerspiegel goed op peil kan houden, dat kan bij grote kinders nog wel eens een probleem zijn en daar kunnen ze beschadigingen aan overhouden. Maar als zijn bloed in de loop van de ochtend goed is, mijn ijzergehalte goed is (ik heb nogal wat bloed verloren, gelukkig had ik tijdens mijn zwangerschap een goed ijzergehalte) én ik binnen zes uur kan plassen mag ik lekker naar mijn eigen huis! Een heerlijke, welkome en onverwachtse ontwikkeling, daar had ik van te voren echt niet op durven hopen.

Thuisgekomen kruip ik wel meteen mijn nest in, ik voel me of in overreden ben door een trein; overal spierpijn, gespringen bloedvaten in mijn gezicht die me een enorm sproetengezicht geven en blauwe plekken op de binnenkant van mijn lippen omdat ik die zo stevig over mijn tanden heb geklemd bij het persen. Mijn kruis voelt als een oorlogsgebied, en ik kan geen houding vinden waarin ik daar geen last van heb.

Maar Daniël is een heerlijk bulletje en lijkt verbazingwekkend veel op mij als baby. Lekker dikke wangen en onderkinnen, spleetoogjes en een donkere kop met haar. Hij lijkt wat bedachtzamer dan Matthijs, wat relaxter. Met bijvoorbeeld als voordeel dat hij rustig nog eens probeert de tepel te pakken als het niet meteen lukt waardoor hij uiteindelijk wel goed aan de borst eindigt.

Sas blijkt trouwens ook vandaag te zijn bevallen, vijf dagen voor de uitgerekende datum (ik was vijf dagen te laat), van een dochter; Esmee. We zitten dus in precies dezelfde kraamfase en kunnen gevoelens uitwisselen. Voorlopig voelen we ons allebei alsof we onder een tank gelegen hebben.

3 mei

Voorlopig voel ik het grote voordeel van natuurlijk bevallen boven een keizersnee nog niet zo. Als ik moet vergelijken heb ik nu eigenlijk meer pijn en lopen gaat ook nog steeds niet. Borstvoeding gelukkig wel!

4 mei

Ik word nu iets mobieler. Na navraag blijk ik enorme aambeien opgelopen te hebben bij het persen, die ook voor veel extra last zorgen. Tim gaat gelijk zalf halen bij de apotheek, zodat we ze zo snel mogelijk aan kunnen pakken.

De baby wordt geler, en met zijn dikke koppie en spleetoogjes is het een pure Boeddha. Dat wordt dus zijn nieuwe bijnaam.

De kaartjes zijn nu allemaal af en op de post gedaan. Morgen bezorgt de PTT niet, maar vanaf zaterdag zijn ook de mensen zonder email dus op de hoogte.

5 mei

Helaas.... spruw! Medicijnen blijken erg moeilijk te krijgen op een feestdag; doktoren zijn onbereikbaar en de meeste apotheken zijn dicht. Vannacht was een zware nacht met weinig slaap, dat helpt niet. We moeten een beetje wennen aan de kraamhulp; ze lijkt het moeilijk te vinden in te schatten wat Matthijs allemaal wel en niet kan en wel en niet nodig heeft.

6 mei

Een hete zomerdag, maar al dat zonlicht heeft de geelheid van Daniël nog niet echt verholpen. We besluiten dat hij toch bilirubine moet laten onderzoeken, dus Tim haast zich naar het ziekenhuis met de baby om bloed af te laten nemen. Dat blijkt inderdaad vrij hoog te zijn, 386. De verloskundige wil dat een kinderarts naar hem kijkt, en raadt ons aan naar het ziekenhuis “De Mariastichting”te gaan omdat ze daar lichtmatjes hebben die ze soms meegeven naar huis zodat de baby thuis behandelt kan worden.

Het bilirubinegehalte blijkt inmiddels naar 420 te zijn gestegen, en boven de 500/600 kunnen er hersenbeschadigingen ontstaan. Daniël moet dus opgenomen worden in het ziekenhuis. Omdat in borstvoeding geef kunnen ze mij ook opnemen, op het “borstvoedingstarief”. Ik moet dus als een dolle een tas inpakken voor het ziekenhuis en afscheid nemen van Matthijs (gelukkig passen mamma en Eddy op hem).

Daniël ligt al op de couveuse afdeling, als een enorme beer tussen de overwegend premature babietjes daar. Hij ligt in alleen een luier en met een stoffen brilletje op onder een soort hoogtezon, terwijl een groen lichtgevend matje ook zijn rug belicht. Omdat het heel belangrijk is dat hij genoeg vocht binnenkrijgt heeft hij ook een infuus in zijn armpje. Ik moet vanuit mijn kamer op de eerste etage met een rolstoel heen en weer worden gereden naar de couveuse afdeling op de vierde om hem borstvoeding te geven. Hij wordt dan voor en na de voeding gewogen, zodat gemeten kan worden of hij genoeg vocht binnen heeft gekregen. Met de rit erbij kost me dat alles ongeveer een uur, terwijl ik iedere drie uur moet voeden. Het voeden moet op een ongemakkelijke stoel tussen de couveusewiegjes, terwijl ik eigenlijk nog niet zo lang kan zitten. Goed aanleggen is dus moeilijk, maar ik ben er trots op dat mijn tepels het weliswaar hard te verduren hebben maar dat ik genoeg melk produceer om aan hun schema´s te voldoen.´s-Avonds blijkt de bilirubine al goed gezakt te zijn, eerst naar 380 en daarna naar 360.

7 mei

De bili blijkt naar 303 te zijn gezakt. Later op de middag wordt besloten dat Daniël alleen nog maar op een matje hoeft te liggen, dus ik hoop dat we snel naar huis mogen. De reden voor zijn hoge biligehalte blijkt te liggen in bloedgroepverschillen. Ik heb bloedgroep O+ en Daniël heeft A+. Mijn lichaam maakte tijdens de zwangerschap antistoffen aan tegen de A+ die af-en-toe doorsijpelde en die antistoffen zijn via de placenta weer bij hem terecht gekomen. Eenmaal buiten de buik, waar hij zelf de rode bloedlichaampjes moet afbreken, maken die antistoffen het moeilijker voor de lever om alles snel genoeg af te breken.

Matthijs is erg druk als hij op bezoek komt. Het weer speelt hem waarschijnlijk ook parten, het is enorm heet zomerweer buiten en mijn ziekenhuiskamer begint associaties met sauna´s op te roepen. Binnen vindt hij vooral de rolstoel enorm interessant, zowel om zelf voor te bewegen (wat wij proberen te voorkomen wat hij ramt hem overal tegenaan) als om in te zitten.

Omdat ik zoveel last met voeden heb zijn ze van de couveuse afdeling zo lief om Daniël naar beneden te brengen zodat ik hem vanuit mijn bed kan voeden. Hoewel hij iedere dag meer moet drinken weten de borsten het nog goed bij te houden, dus ik weet dat ik niet voor niets in het ziekenhuis lig. Ik voel me wel eenzaam, mijn kraamtijd is wel heel abrupt voorbij en niemand hier ziet me als een kraamvrouw.

8 mei

De bili blijkt teruggezakt te zijn naar 268, dus dat is goed nieuws. Daniël blijft nog wel erg zoet en slaperig. Verder bedenkt iemand van de verpleging dat een ijscompres misschien wat verlichting brengt voor mijn oorlogsgebied. Heerlijk, wat een opluchting! Had ik veel eerder moeten weten! Ook op de couveuseafdeling krijgen ze door dat ik nog veel last heb, dus ik mag nu met bed en al naar boven om te voeden.

Na de lunch blijkt helaas dat ik meer dan 38 graden koorts heb. Mijn borsten voelen erg pijnlijk aan en hoewel de verpleging ervan uit gaat dat dat door stuwing komt, omdat ik nu steeds meer melk moet produceren voor de baby, ben ik doodsbang dat ik weer een borstontsteking krijg. Bovendien mag met koorts niet naar de couveuse-afdeling om te voeden. Ik lig dus vooral te duimen dat ze het niet te druk hebben, zodat ze Daniël naar beneden kunnen brengen waardoor ik hem toch nog borstvoeding kan geven.

´s-Middags komen we er ook achter waarom ik maar steeds niemand zie. Borstvoedingstarief houdt in dat je wel in het ziekenhuis ligt, maar geen patient van het ziekenhuis bent en dus niet onder een dokter valt. Ik val officieel nog steeds onder de verloskundige die de nacontroles thuis doet. De verloskundigepraktijk ging er echter vanuit dat ik door het ziekenhuis verzorgd zou worden, aangezien ik toch tijdens mijn kraamtijd in het ziekenhuis werd opgenomen. En dus viel ik een beetje tussen wal en schip. De verloskundige komt meteen langs om uitgebreid met me te praten en me wat te helpen met het bestrijden van de borstontsteking. Omdat ik qua borstvoeding vast zit aan het schema van de couveuse-afdeling kan ik niet gewoon veel aanleggen, wat eigenlijk het beste is. Dus moet ik na de voeding maar goed leegkolven en daarbij proberen de pijnlijke plekken helemaal weg te masseren. Tussendoor ijskompressen op de borst, en tijdens het voeden/kolven warme doeken.

Omdat Daniëls infuus niet meer goed zit mag het er iets eerder uit dan ze hadden gepland. Ik hoopte dat dat betekent dat hij bij mij op de kamer mag liggen, hij heeft nu eigenlijk niks meer nodig van de couveuse afdeling. Maar omdat hij nog onder verantwoordelijkheid van de kinderarts valt willen ze dat nog niet toestaan... en eerlijk gezegd begrijp ik niet waarom. ´s-Avonds kom ik er dan ook nog achter dat ze Daniël op de couveuse afdeling bijgevoed hebben met een fles, terwijl ze hem ook een fopspeen geven als hij huilt. Ik begrijp dat dat voor hen makkelijker is, maar ben wel boos en verdrietig omdat het de borstvoeding moeilijker maakt. En vindt het ook niet netjes dat ik daar later, als het al gebeurd is, achter moet komen. De enige reden dat ik in dat ziekenhuis lig is toch juist dat ik borstvoeding kan geven!

Tim blijft de hele avond en helpt me om alle pijnlijke plekken weg te krijgen uit de borst. Mijn temperatuur is nu teruggelopen naar 37,6 dus het lijkt erop alsof we de borstontsteking hebben bedwongen. Ik slaap met ijskompressen in mijn BH, maar het is zo benauwd heet dat dat eigenlijk wel lekker is.

9 mei

De bili is terug naar 264, dus zonder enig hulpmiddel heeft Daniël het naar beneden weten te krijgen. Volgens mij betekent dat dat zijn lever nu goed op gang is en alles goed kan verwerken. Hij moet nu 7 keer 105 cc drinken, terwijl de gemiddelde zuigeling van deze leeftijd ongeveer 90 cc per voeding krijgt. Hoewel ik eerder deze week al een paar keer ruim boven de 100 cc heb gegeven loopt mijn borstvoeding nu terug, met een dieptepunt rond de lunch waar Daniël na 2 keer 15 minuten maar 5 cc binnen blijkt te hebben gekregen. Ik krijg er met kolven nog 70 cc uit, maar de ontbrekende 30 cc moet dus met kunstvoeding worden bijgegeven.

Wel mag Daniël nu bij mij op de kamer liggen (helaas, nog steeds niet naar huis dus). Ik besluit dat de vochtvoorziening voor Daniël de hoogste prioriteit heeft dus dat hij met de fles mag worden bijgevoed. Ik ga kolven en zo proberen mijn produktie weer omhoog te gooien dus ik vraag Tim om oud bruin en cashewnoten mee te nemen.

10 mei

Na 24 uur blijft de kolfoogst op een minimaal niveau hangen; 40 cc per kolfbeurt. Ik voel alweer pijnlijke plekken opkomen, dus de angst voor ontstekingen slaat al weer toe. Ik denk dat ik vandaag weer naar huis mag, maar zie niet hoe ik met een drukke peuter thuis de tijd en moeite moet vinden om mijn produktie weer terug op peil te brengen. Mijn tepels liggen nog steeds aan gort, waardoor de kans op borstontsteking ook al weer groter is. En ik kan me niet veroorloven om ziek te worden. Oftewel; ik besluit om te stoppen met de borstvoeding. Mijn kraamtranen lopen toch al van dag 2 tot dag 10 bij mij, en dit zorgt ook weer voor een flink stuk vochtverlies. Maar het lijkt me echt de beste oplossing. Zo werd het borstvoedingstarief van het ziekenhuis uiteindelijk het anti-borstvoedingsprotocol.... Maar we mogen wel naar huis vandaag!

 


 

© All material on this site is the property of Marjolein Noyce-Bellinga unless otherwise specified. It cannot be used elsewhere without specific permission. terugnaar bovenvolgende English version